ZWOLLE - Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vandaag uitspraak gedaan in de zogeheten kruipruimte-zaak. In deze zaak is een man met een kogel van dichtbij door het hoofd geschoten. Nadat het slachtoffer door de schotwond was overleden, is zijn lichaam door verdachte in stukken gezaagd. Daarna heeft verdachte de verschillende lichaamsdelen in plastic zakken gedaan en verstopt in de kruipruimte van zijn woning te Zwolle. Na de aanhouding van de verdachte heeft de politie het stoffelijk overschot daar aangetroffen.


De rechtbank

De verdachte werd door de rechtbank Zwolle op 29 oktober 2019 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar en tbs met verpleging.
Het door verdachte ingestelde hoger beroep was niet gericht tegen de veroordeling voor het verbergen en verminken van het stoffelijk overschot.
Dat betekent dat het hof voor dat feit de straf moest vaststellen die de rechtbank geacht werd voor dat feit te hebben opgelegd. Het hof heeft de straf voor dat feit bepaald op een gevangenisstraf van twee jaar, zijnde de maximum straf voor dat feit.


Doodslag

Daarnaast heeft het hof zich gebogen over de andere feiten die aan de verdachte ten laste zijn gelegd, te weten: de doodslag, het voorhanden hebben van twee vuurwapens met munitie en het stelen van 1.500 euro uit de kleding van het slachtoffer.

Het hof heeft bewezen verklaard dat ook deze feiten door verdachte zijn gepleegd en heeft hem daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 jaren en 8 maanden.
Het hof is van oordeel dat voor de bewezen verklaarde feiten een straf van 13 jaren in beginsel passend en geboden is. Doordat het onderzoek in hoger beroep echter lange tijd in beslag heeft genomen, is de redelijke termijn met meer dan een jaar geschonden. Om die reden heeft het hof de genoemde straf van 13 jaren, zoals bepaald in eerdere rechtspraak, verminderd met tien procent.
Deze straf komt dus bovenop de straf van twee jaar voor het verminken van het stoffelijk overschot.

Alternatief scenario

Verdachte heeft een alternatief scenario gegeven voor het overlijden van het slachtoffer. Dat scenario komt erop neer dat het slachtoffer het vuurwapen zelf op zijn hoofd gericht hield, verdachte probeerde het wapen van hem af te pakken en dat het wapen daarbij is afgegaan.

Het hof heeft, net als de rechtbank, dit alternatieve scenario terzijde geschoven omdat er naast de inschotwond in het hoofd van het slachtoffer een metalen cupje is aangetroffen. Dit cupje is, aldus deskundigen, op die plaats terechtgekomen doordat de kogel na het verlaten van de loop door een plaatstalen voorwerp is gegaan. De kogel heeft daarbij een stukje uit het plaatstalen voorwerp gescheurd. Dit uitgescheurde stukje plaatstaal is in de vorm van het cupje naast de inschotwond in het hoofd van het slachtoffer terechtgekomen. Omdat dit feit niet past in het alternatieve scenario van verdachte (er was volgens hem immers geen voorwerp tussen het wapen en het hoofd) heeft het hof vastgesteld dat dit scenario onjuist is.

Geen ter beschikking stelling met verpleging opgelegd

Het hof heeft, anders dan de rechtbank, geen tbs met verpleging opgelegd. Het hof is van oordeel dat er onvoldoende aanwijzingen zijn die maken dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de oplegging van die maatregel eisen. In dat geval is oplegging van tbs wettelijk gezien niet mogelijk.

De benadeelde partijen

Het hof heeft een aantal beslissingen genomen omtrent de door nabestaanden ingediende vorderingen.